Gedichten - gedachten 15 2019  
   

Gedichten - gedachten 2019

onder – nauwelijks –
geschikt, soms al overziend
ik weet mij geen vorm

nu is nieuw oud (her)
levend geheugen. over
val van wat toen was

kwaad is het onjuist
beantwoorden van wat leeft
heelt niet, maar maakt stuk

ontplooiing streeft. is.
voltooiing kent geen bestaan
soms een glinstering

het leven gaat de
mens te buiten. ongrijpbaar
blijkt juist wezenlijk

inhoud, betekenis
dat vormt body voor mijn geest
daarin ben ik ik

wat was jammer, want
het was, rijkdom, omdat
ik er geweest ben

hervinden van één.
eenheid. nu plaatsvindend eens.
weer opgenomen

zie, voel erken, tot
inzicht in ik. en verwoord
uitdrukkend gesterkt

eenheid, ingebed:
mijn heimwee. naar het gegrond
verbonden zijn, hier

belang stellend werk
ik voort op weg naar mij in
jou en omgekeerd

toenemend de zucht
naar weten, kennis, inzicht
doorzicht naar wat is

inhoud vervloog, want
symbool werd werkelijkheid
vertrouwen geloof

hervonden symbool
dus werkelijk zoals kracht
waar religieus zijn

god sprak uit, schiep het
woord, dat schept: bewust zijn; zo
wij medescheppend

opperste aandacht
herkent. die vorm stierf af. blijkt
aftasten blijvend

mijn grond blijkt rijker
dan die bodem van jou: arm
zuur drijfzand de aard

´werkelijkheid´ is
wat blijkt te werken, zoals
waargenomen ´waar´

zien is een standpunt
alleen god overziet. zie
hoe onmogelijk

er leeft een zin in
mij zij vraagt dagelijks haar
voeding. ik zijn zintuig

ik verlang geraakt
te worden. daar leef ik van
voor, op, naar, om, tot

niet mijn keuze, wel
tot die beslissing gebracht
hoe vrij kan ik zijn

dierbaar vertrouwd, je
kwetsbaar omarmd, parelend
tintelt ons samen

grens sluit verbinding
verbinding ontsluit de grens
tot waar is waar waar?

onvervulbaar een
gemis, blijvend verlangen
om zien om te zien

onderscheid? goed? kwaad?
schiet de werkelijkheid van
‘het is’ dan te kort?

kan het niet kennen
alles ontglipt het begrip
ongrijpbaar als god

mens en wereldbeeld
verbinden, verbonden zijn
mijn (on)geloof

weten, dat kennis
niet kent en weten niet weet
kennis dat te weten

rijk en verveeld wat
wil ik – nog – ben ik – nu – waar
leegte schreeuwt angstig

ik neem waar. waar dus.
voor jou anders, van buiten
innerlijk gelijk

belangrijker: wat
ik niet ken. ontdek en volg
het ongeweten

‘leun op mij, zodat
ik mij sterker voel, waardeer
dus bevestig mij’

leven is ontmoeten
van verhalen, gevormd door
en in mensen

elke weer gave is
symbolisch, want niet de
werkelijkheid zelf

eerst mislukken om
te lukken. anders dan ik
dacht, dat blijkt juist juist

eens was ik, wat ik
nu ben. het stuurt onbeseft:
ik ben, als ik was

ons huis thuisbrengen
grondvesten hervinden, her
ontdekkend bestaan

de drie overstijgt
dualiteit. brengt twee tot
zichzelf in eenheid?

duister diep bruisend
neemt mij mee, neemt mij, neemt. soms
even, is het stil

aandacht betekent
openstaan. de rivier vertelt
wat ik allang weet

leo vroman koos
‘structuur’: alles is daarin
en zijnd verbonden

alle tijd en dan
die denkkramp: wat, wanneer. vrij
zijn, dat zichzelf betwist

zien ons, ervaren
voelen keuzenoodzaak, maar
denken ons vrijheid

vrijheid is volgen
van wat bovenkomt. en we
denken ons vrijheid

de weg is geen weg
slechts aanwezigheid opent
geeft lucht en fundeert

de weg is geen weg
want alleen aanwezigheid
opent en fundeert

blijvend de oergrond
als aandachtspunt. Zo nog steeds
veertien, maar ouder

onverbeterlijk
vergeestelijkt. moeder materie
zoekt vader verstaansgrond

onthullen, dat is
mijn drijfveer; het verhaal blijkt
voedend verrijkend

tot in haar wezen
tot op zijn bodem, tot naar
mijn verste dichtbij

niet de dingen, maar
wat gebeurt. dat ervaren
mijn aanwezigheid

open ervarend
de psychologie van het
religieuze

lees na vijftig jaar
wat ik toen kende, maar niet
wist: er is zoveel meer

verlossing: hernieuwd
niet zijn in het zijnde: zo
hernieuwd verstaan

woorden, begrip, of
niet, taal, mij aansprekend, ik
associeer mij

de gekruisigde?
waarom niet het leven, feest
van de opstanding

religie? ik voel
je knijpen, getroffen door
je wezen, door muziek

jouw kwetsbaarheid en
vertrouwen, slechts samen vormt
het sterk samenzijn

ik ben het zijn
ervaar mij zijnde, ons
wezen van bestaan

filosofie, taal
als eens mondriaan, vreemd
onwennig herkend

ontvreemd van zichzelf
de menselijkheid vreemd: kaal, koud
kil restant, van wat?

liefst éénduidig, vaak
tweezijdig: slechts samen wordt
leven wellevend

geloof: beeldvorming
van gegrond zijn. woordeloos
dus onvatbaar ver

lees en zie het huis
inventariseer, verken
meubels, herplaats

inventariseer:
lees mijn thuis, verken, vernieuw
mijn meubels, herplaats

vraag wat mij ontbreekt
van mijn kamer: schuif en zoek
naar rust en draagvlak

afscheiding is er
naast staan, niet verbonden, is
vreemd, voor jou, voor mij

jij benoemt en ik
denk van daaruit voort: de wereld
verandert met mij

elk woord mist doel: want
vergelijkt symbolisch; wat is
blijkt onvertaalbaar

titels: uittreksel
van wat ik wil verstaan, lees
mij, wat mij raakt, draagt

geloof: metafoor
voor het zijn, onbegrijpbaar
wordt – zo –grijpelijk

omarm mij, vandaag
morgen en overmorgen
armzalig ben ik

denk, beschouw, zie, het
begrip vormt wat als waar schijnt
tilt mij daarin op

onverbloemd oprecht
de weg om waar te zijn, er
voor mijzelf en jou

geblokt, verstopt door
wat vroeg gevraagd werd. opgeëist
verstopt mijn kunnen

wat je voelt is waar
maar waar is niet wat je voelt
ik voel met je mee

opmerkzaam lijkt soms
voorspellend. herinner mij
wat ik nodig heb

iedere kracht vraagt
ongelimiteerd ontaard
sloopt eigen – waarde

buikspiertrainen bij
rugpijn: dit de therapie?
wat weerstaat de pijn

nodig Verlichting
uit voor mijn Romantiek: zo
nodig zijn zij voor mij

de wil tot meer stuurt
ondergraaft, maakt vrij. vereist
anders laveren

midden de tafel
uitnodigend huiselijk
de stoelen staan klaar

vereenzelviging
pars pro toto: ik ben dat
dat ene, juist dat

geraaktheid, wat niet
kon zijn. geen overgave
maar ontroeringsangst

dalen in de rust
van het zijn. afstijgend in
wat is. daar zijn

mystiek is waar. gods
dienst geeft vorm. sluit te vaak wat
openging. kunst wijst

integer stamt van
geheel. slechts geheeld ken ik
vrijheid. waar, hoe ook

ik doe het, omdat
ik het wil, moet, of ‘niet
niet kan doen’(Sendak)

mijzelf voorbij is
de werkelijkheid, waar ik
niet, maar Het wel is

wat ongrijpbaar is
willen begrijpen: godsdienst
de weg, maar weg van

gedragen voelen
dat, niet de vorm, het erin
kunnen geloven

mijn leven leef ik
her innerend wat was, nu
weer, zo herlevend

de ontvangst van
samen. de geest verenigt.
die vereniging draagt

zoek harmonie, daar
na weer de spanning. beiden
zijn mij zo eigen.

onrecht, onterecht
ten onrechte, geen succes
brandt (dat) vroeger schoon

dichtbij gaat het verst
alsof daar vroeger goed
gemaakt moet worden

ik schrijf jou, over
en met mijn taal. spiegel
en realiseer mij

alles is fictie
enkel dit niet: dit schijnt wel
waar waar waarheid is

vrijheid is eng, is
ongekend, is hier, is nu
is wanneer ik ben

ik wil dit niet, maar
het vervangt. mijn keuze, terwijl
ik er niet voor kies

te fijn om spannend
te zijn. meander tussen
sensuele oevers

taal schept de wereld
steeds wordt woord vlees. leven is
een proces verbaal

ervaar en maak mee
beleef: helder op; in een
spiegeling verwoord

het woord wordt. taal schept
de voorstelling. ongrijpbaar
zijn wordt hanteerbaar

bewust in en door
taal gevormd. schept zich door het
woord god en wereld

binnen de vrijheid,
is eng niets, geeft het woord als
scheppende hand vorm

zie de mens sprekend
god, scheppend zijn wereld met
taal, die cartograaf

draagvlak in weten
van niet weten. onbestemd
ik zie jou mij zien

zelfde brein, jij
hebt geluk, zij niet. ongeluk
schept schuld. maar schuldig?

wel de beslissing
niet de keus. ongeluk schept
schuld, maar eigen wil?

je ergste vijand?
dat ben jij: wat je van jou
denkt, voelt, meent te weten

leegte of doen, als
hebben of zijn: zinvullend
vulsel blijft vereist

ik maak de chaos
mee en ervaar soms de
orde daaronder
(wonderbaarlijk zo
geloofwaardig daar dan die
geregelde maat)

de wereld anders
geloof werd fascinatie
wat is blijft anders

de goede orde
dat, wat heelt, dat vertrouw ik
daarin geloof ik

werkelijk geraakt
blaast mij weg, ontziet mij niet
ik ben niet juist wel

kwaad komt door gebrek
inhalig naar een teveel
evenwicht herstelt

kwaad vanuit gebrek
herstel eist zich overmaat
evenwicht herstelt

gewoon goed verveelt
als onrust niet oplost. het
goede afgestraft

jij weet het, maar dat
geeft niet, jou zie ik niet meer
niet mijzelf terug

een voelen dat, het
vertrouwen op, verbinding met
dat weten, voelend dat

arme letter of
rijke inhoud: welke bron stroom
over, bereikt mij

innerlijk verwond
kwaad compenseert, liefde heelt
schept, schenkt vergeving

verdeelde aandacht
op mij hoede voor wat er
ergens onverwachts

slechts perfect voldoet
alles uitgedrukt tekort
sta leeg verlegen

geloof is psycho
analyse: kom tot mij
mijzelf, ons ons zelf

vroeger: god was het
vervlogen ik, was ik; nu
blijkt hoog diepste zijn

conclusie spreekt het
tegen, besluit is tijdelijk: elk
zicht is tijdelijk

geloof is een weg
ontwikkelingsmodel: dus
word doorgrondelijk

beeld: bevlieg mij met
ontmoette taal, warm eigen
lucht, stijg op, vibreer

vroeg verstaan niet
beantwoord. de vraag blijvend
leegte te (ver)vullen

sterven aan leven
om het te ontvangen. winnend
wat verloren leek

lees ‘leeft niet meer’
is dat hetzelfde als ‘dood’?
ik beleef het anders
(of ‘op me wachten’
anders dan ‘me opwachten’)

is het goed, dan toch
niet, want binnen klinkt bestraffend:
wie denk je wel, dat?

onthutst, ontregelt
vreeswekkend dat sublieme
schokt en ontkent

boek, lees, noteer, denk
ervaar, herinner mij mij, zo
zo was, is, het goed

geloof gaat naar dat
wat vertrouwen biedt, draagvlak:
voor mij verbinding

jij, ik, naar binnen
of buiten, verliezen of
verbinden, beiden

wie (of wat) heelt de
mens? wat (of wie) raakt. is iets
(iemand?) losgeraakt?

 

 

 

 

homepage klik hier

   

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

homepage klik hier