Homepage

    Gedichten 12 2017  
   

 

 

 

het antwoord is de
stilte. of ligt daarin. ik
leg mijn boek opzij

 

spanning, om wat
antwoord vraagt. het steeds maar niet
weten. mij bevraagt.

 

leven hervindend:
mijn gevoel, dat bedoel ik:
bied het ons, mijn lief!

heb mijn zwakte, jij
ook. kracht, als jij, liefde, wij
beiden, menswaardig

 

raakt mij en aan. om
ons armen. samen sterk zo
sterker, door draagvlak

 

Ongekend in de
Wereld. een Vreemde. Wie wil
mij Zien? ONTdekken?

 

fiets van jou ons naar
mijn. zomerzondagochtend
geniet voor en na

 

op gevoel drijvend
in de branding van mijzelf
jij mijn schokbreker

 

voelt kwetsbaar mooi, jou
ziend, bloot op bed, 'voorzichtig'
roept jouw zacht warm zijn

 

jij, wederhelft
vervult mijn leven tot ons
verstaan. tot elkaar

 

eens onthutst. leven
lang de grondtoon. krabbel voort
het contact verbindt

 

alles ondeelbaar
weten voor en voorbij: Zijn
onwetend wetend

 

jouw hand op mijn rug
mijn leven leeft daar. voel jou,
voel mij, schrijnend rijk

 

een voorbeeld nodig:
hoe te leven? maar in mijn
werk was ik er wel

 

de tijd benutten
uitnutten zegt het beter.
zelden tevreden

 

wij actieven, wij
marlin, samen nietsdoen, wij
doeners, soms eens even niet

 

zacht je voelend en
hard, hoe mijn kracht is. sterk en
kwetsbaar, zo wij zijn

 

ik open mij en
ontvang. ga bij mij en meer te
rade. wordt verrast

 

mijn werk is bij de
post. mijn beroep kunstenaar
dat roept mij (op) (tot)

 

ik wil jou ontroerd
je warmte, je beleven,
wil jou, mij, wil leven!

 

alles symbool. de
beeldspraak spreekt. zonder verhaal
geen mens zonder verhaal

 

opgenomen! jouw
arm om mij; ik kom thuis bij
jou. en zo bij mij

 

de kracht, die ik in
mij voel, gebruik ik voor jou.
naar mij blokkeert het

 

jouw schoonheid is je
kwetsbaarheid. ontzagwekkend
bloot zo voelbaar mooi

 

zielsverwanten, wij
onderweg; verkennend wat
eigen is, wat is

 

steeds reclame, zo
reclameren: wat deugt daar
hier? niet? en… hoe wel?

 

en het ging open
en ik werd bang, want vrij, want
hoe zo te kiezen?

 

als het goed voelt lijkt
mijn wil verlamd. alleen het
wil, ik afwezig

 

leven is omgaan
met tegendelen. dat schuurt
anders zo steriel

 

er is zijn en er
is mijn eigen wil tot er
zijn, zoals ik wil

 

geloof verhaalt mijn
zijn, want ik ben, die ik ben
onder hoe ik werd

 

onder hoe ik werd
verhaalt geloof mijn wezen
daar ben ik als zijnd

 

aangedaan door jouw
kwetsbare kracht  daarin zo
tot jou verbonden

 

weten is een  voor
stelling. opvatten als. er
varen maakt mee

 

hoe groot is wat is
welke maat is menselijk?
en is dat de maat?

 

elkaars steun en om
arming, open reikend, ver
rijkend aan elkaar

elkaar samen aan
voelend verrijkt aanwezig
tot elk een samen

 

aanraking vormt, iets
opent, overlapt, iets maakt
eigen, geeft, jou, mij

 

ongekunsteld direct
open en eerlijk, geraakt
en mij rakend, jij!

 

als intuïtie
bewust wordt heet het denken
minder fijnzinnig

 

contact ontkent af
stand, want overbrugt ruimte
wat het ook weer geeft en weergeeft

 

troost of verlies
beweging kent twee kanten
soms samenvallend

 

alleen samen of
alleen zijnd toch samen, ik
wil, zeker ik wil!

 

nieuwe relatie
nieuwe toekomst, fantaseer ons
weet niet, maar besef

 

ik onderken mij
steeds meer, mijzelf meer eigen
als een terugkeer

 

ik geloof in het
woord: ‘paradigma’: zo
zie je alles

 

afwijzing schept te
kort, gemis. leeggezogen
blijft mij niets over

 

herfst, zon, blaadjes
de lucht lijkt ze te wegen
jij en ik zien. ziend

 

ouder wordend
nader ik het leven, of
het leven nadert mij

 

de weg terug tot
mij(n) zelf. open mij. verrijkt
steeds meer aanwezig

 

open aanvaardend
wie wij zijn, aanwezig, raak
punten tot elkaar

 

anders en toch niet
gewenning herneemt daarvoor
tijd herhaalt zichzelf

 

komt mijn kamer in
ziet mijn lach, vertel je me
onze ochtend gloort

 

mijn klok die tikt
melodie ritme hoor ik
want ik vul ‘mij’ in

 

een vorm toont wat lijkt
tijdelijkheid daar drager
van eeuwig, altijd

 

ontmoeting vraagt een
opening, dus moed, kracht, grond
om te kunnen staan

 

gloed van parels in
mij. tintelend herbergt de
warme ochtend ons

 

geen god, maar alleen
goddelijk bestaat: geluk
wat mij toevalt

 

geen waarheid, enkel
betekenis, die ergens
aan gegeven wordt

 

religie is zacht
tasten naar wat leeft, nooit dat
aantasten, dat nooit!

 

naïef: je hart spreekt
jouw innerlijk weten. en
ik leef met je mee

 

valt mij in, over
komt mij, dus blijk ik meer dan
ik weet, weet ik nu

 

rust blijkt eng, ruimte
die niet weet. zoekt tegenkracht
daar weet ik wel de weg

 

enkel onszelf zo
armoedig: verschraald bestaan
want slechts ‘samen’ voedt

 

alles aanwezig
maar toch gemis. ik doe mij
aan mijzelf tekort

 

onzekerheid vol
keuzes: wat kan of moet, wat
voelt er juist of goed

 

alles verandert
en is blijvend eensgelijks
tijd speelt dubbelspel

 

bevestigd elke
dag. aan jou. weten dat. het
noodzakelijk ja!

 

jouw goedheid waard? te
vaak gedegradeerd. door voorheen
later door mijzelf

 

ik schuil mij onder
oneindig machtig.  onder
die illusie. verstopt

 

alles is een uit
drukking van dieper. zo daar
oorzaak welke werkt

 

diepte drukt uit. vorm
vertelt wat werkt. en hoe. lees
dus de uitdrukking

 

een verlies barst mij
open, angstig, ongekend

open gebarsten
door verlies. bang. herken mij
niet meer aan mijzelf

 

in eenheid geen ik
verschil bevestigd mij. doet
mij bestaan: ik ben

 

god grootsmoederlijk
overgave tot één zijn
één alles: er is

 

ontsluieren de
drijfveer. eens opgewonden
nu onomwonden

 

dan dat gemis, mijn
gebiedende wijs, eigen
zinnig zelfzuchtig

 

herinner mij het
wordt weer een aanwezigheid.
maak opnieuw kennis

even ingebed
aandacht ontmoet contact, voor
van elkaar, onszelf

 

wat heeft de ander,
heb jezelf nodig? wat is
ons aanbod aan elkaar?

 

innig de vriendschap
dierbaren. ieders levens
zo samen delend

 

innerlijk zoveel
meer. afdalen in menszijn
uitputtend verstild

 

ontzagwekkend, de
tegenstelling verenigd
sublieme grootsheid

 

besef van eenheid
kent geen geloof in anders
god? hooguit daarin

 

ik weet meer dan ik
weet, besef ik later, de
lange lijn terugziend

 

een ieder verbonden
in liefde en vrede voor
ja, voor ons allen

 

eenheid is mijn grond
het overeenkomende
heelheid mijn verstaan

 

gevuld met ruimte
ben ik werkelijk. vrijheid
maakt leeg en vervuld

 

kerstconcert: ik ben
weer thuis. heilzame heimwee
wat was werkelijk

 

achter op onze
tong ligt waar het om gaat. de
moed dat te tonen

 

schone geest laat het
lichaam achter, raakbaar wordt
sereen. warm voelt koud

 

contacten: meer of
één? nee, meerdere en één
die unieke jij!

 

mijn doorzonwoning
jij je uitzicht. een tuin. wij
ervarend zienden

 

blik, aandacht die mij
onthult, openbaart. en ik
geen blijf weet met ´ik´

 

ik wil willen, want
anders leeg. in den beginne
was het woord: willen

 

ik wil bevestigd
voetstuk onder onzeker
eigen misverstand

 

hoe heilzaam heerlijk
erkend, diep gevoeld gemis
eens vervuld verlangen

eens heilzaam heerlijk
nu gevoeld groot gemis. dit
eens vervuld verlangen

ideeën zijn een
zienswijze. maakt handelbaar
opent en maskeert

eens dat vertrouwen
geloof in een grote orde
echter ik werd ik

open deur: waar je
in gelooft bestaat. niet god
maar de mens schept

alles is bewustzijn
toont, splijt, markeert, maskeert. en
met zijn woord het vormt

 

jouw aanwezigheid
verrijkt, schept grond onder mij
baseert, bevestigt

 

zoek zuiverheid, want
anders is vuil. bestrijdt dat
andere, strijd. oorlog

 

ontroering is het
enige wat is. ik val
stil en besef. leef

 

gelukkig onder mijn
onrust door die woelige
wil. wil? wat wil ik

 

succes is winnen
macht. beter dan. anders dan
menswaardig gelijk

 

er is blijven en
zijn, komen en gaan jij neemt
afscheid maar blijft

een dak: twee delen
tot een punt: jij, ik. houden
wij dat evenwicht?

 

herschik mijn ruimte
koester ons dak en vloer
wat was spreekt voor toen

 

overmeesterend
voelen, ik ervaar mijzelf
zo onvatbaar groots

 

verwachtingsvol niet
weten. ik schep mij onrust
vraag mij mijn antwoord

 

wat kan bestaan, god
of goddelijk? beiden niet
begrensd. slechts benoemd

 

dagelijks herijkt
bevestigd. apart huis tot
overkoepeld thuis

uiterlijk vertoon
is innerlijk tekort: de
omgekeerde wereld

elkaar rakend, god
geest, het zijn, sublieme, al
in aanwezige

elkeen kent  eenheid
uit vroeg vroeger, van voor het
weten. was, is het

loopt met mij mee, ziend
rond mijn weg. dat verrijkt, net
zoals jij ook mij

vraag naar meer, kracht die
mij draagt, want dit bestaan komt
zo mijzelf tekort

meetellen is er
toe doen, je hoort erbij, hoe,
waar je bent, welkom

druk doend of niet, wie
leeft er werkelijk? verschil
blijkt openbarend

heimwee: onvrij vormt
vrijheid als idee, nu daar
binnen. het was eens

jij zet een tekst van
mij neer, verrast mij: daar staat
al, wat ik nu lees

wonderen bestaan
niet? toch één wel: mensen, die
daarin geloven

juist die muziek, zo
mooi, dat ik er zelden  naar
luister. te pijnlijk

gevoel raakt mijn ik
en vindt daar iets van. gesterkt?
vertrapt? zo  zie ik. nu

ik zit, lees hoor jouw
geluid. jouw aanwezigheid
bij mij aanwezig

subliem is wat het
contrast verenigt. herkent
wat mij samenbrengt

ontmoeten is het
leven delen. omarmen
juist in dat bestaan

jij rijdt weg en ik
herken het bekende beeld
vertrouwd schept afstand

vanzelfsprekend dus
kent niets dan zichzelf. sust de
slaap van gewoon  zo

in de stilte met
jou samen leef ik, voel de
warmte van er zijn

 

 

homepage klik hier

   

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

homepage klik hier