Homepage

    Gedichten 11 2017  
   

 

Een andere vanzelfsprekendheid ontdekken,
dan die ik kende,
toen ik vanmorgen opstond.

 

zinkend in zichzelf,
die breekbare mens. duister
gloeiend levenslicht

 

belevenderwijs
beider tastzin herkent een
mij in de ander

 

bekrachtigd door ons
contact. mens zijn moet gezien
worden. lieve dank!

 

betekenis voor
elkaar: warmt ons op, voelbaar
zonovergoten!

 

als vanzelf tussen
ons, zo gaat het, schrijf jij, zegt
zij: zo natuurlijk

 

hand voelt huid, lichaam
wordt geest, andersom ook, die
vier. verwarmt en schrijnt

 

alles illusie?
voel staan, spieren, gewricht, kracht
droomloos werkelijk

 

jouw warme ontvangst
opent dieper zien. open
baar mijzelf dankbaar

 

het juiste woord zoek
je, meditatief, vind je
mystiek, ervaar je

 

wil en laten, werk
naast openstaan, inspanning
of het ontvangen

 

dicht voelt niks, open
intens: gemis, wil omarmt
warmte. herkenbaar?

 

waardering, dank je
maar steeds die stem: wie denk jij
wel – dat jij – je – wie?

 

ik voel jou in mij
herken mij in jou, besef
beiden zo een mens

 

de wil loslaten
laten gebeuren, zonder
ik. het zijn uit zich

 

kwetsbaar jij wandelt
naast behoeftig mij onze
warmte dun bedekt

 

je woorden: ik moet
stilstaan, zien: wat mijn wezen
raakt koester ik warm

 

als een journalist
maak mee, ervaar, jou, mij, schrijf
luister, geef het vorm

 

wensen van warmte
woord, gebaar, lichaamstaal
en o zo kwetsbaar:
twee maal hoog gevoelig

 

vriendschap is elkaar
in kern en hart ontmoeten
verrijken, steunen

 

taal uiting god’s: vormt,
dus bepaald mijn kijk. voor den
beginne al één

 

woorden vervloeiend
in begerend wilsmoeten
opgetild val je

 

taal uiting god’s: vormt
dus bepaald mijn kijk. voor den
beginne al één

 

 

verlies breekt het hart
breuk laat eerder gemis door
pijn van een leven

 

zondag. parasol
zonnig, dus moet genieten
ach!, wat een treurnis

 

aangedaan door twee
gedreven warmte woorden
aarde rust warmte

 

sensitief  voelend
zenuw neemt zich trillend waar
zo fijnzinnig sterk

 

weloverwegend
zoek jij jouw keus: kom in me
geest, met je lichaam

 

aangenomen dat
jij afwijzing voelt, neem dan
ook mijn warmte aan!

 

wij lieten ons gaan
het liet ons niet gaan: waren
zacht kwetsbaar open

 

staat van open om
meegevoerd zinderend
tot immens uitspatsel

 

hoe verschillend, band
rond wat aanspreekt. of betreft
het heel die ander

 

opgaand in dieptes
geabsorbeerd ik. mens uit
mens. vreeswekkend warm

 

warmte en aandacht
liefde vol genot, wat heeft
wat wil je nog meer

 

een leugen maakt die
illusie mee: verhaal van
de wens, fantastisch!

 

wat waar weer verkeerd
hoe te herstellen. angstig
ik: hij mist mijzelf

 

verbonden met
zichzelf: zo met de ander
anders erg eenzaam

 

beschermd, gedragen
door vriend, jezelf, god? alles
zo een zelfde kracht

 

is kijken als een vraag
stellen? en van waaruit? net
als ik? nu dus? hier?

 

is zien weten uit
overeenkomend herkennen
een diepe eenheid

 

huidsvoelkracht; binnen
en buiten belevend. met
mijn hart de zon zien

 

ik hervind voelen
vulkanisch, ja, inderdaad
jij verzoent tot rust

 

 

verzacht als balsem
jij, met arm, huid, hand, verlicht
mijn pijn weldadig

 

kleine zelfstandigen
als wij zijn zoeken warmte
streling, arm, draagvlak

 

jouw tong zoekt, raakt, vind
vol wilskracht voer jij mij mijn
heimwee zacht voorbij

 

steeds blijkt het anders
hoe, waar de vloer. en hoe een
hemel zonder dat

 

mijn deel is als van
jou: aandacht en warmte, wat
heeft, wil de mens meer

 

jouw rijkdom, schoner
dan ik dacht, streelt mijn wezen
samen bloeien wij op

 

ik in mijn leven
jullie en mij meemakend.
voel verrijkt gemis

 

alles is alles
gelijk. het is. tot het woord
begrenst, het schept, vormt

 

mystiek ontschept: in
alles alles terug: rust,
stilte, enkel zijn

 

naderen, contact
kijken, zien, geloven in
elkaar vertrouwen

 

illusies heb ik
ook. maar zie de ruimte in
wat echt is. heb daarin lief!

 

moeder koestert
kind. ik herken ons. en de
rollen wisselen

 

de afstand ontkent
nabijheid. voelt als tijd: is
er niets veranderd?

 

wel ingewanden
geen innerlijk. er ontbreekt
bestaansgrond. huiver

 

omgewoeld. jij deed
dus doet mij voelen: door jou
voel ik mij voelen

 

opgenomen zijn
je lichaam voelen zweven
zacht warm om mij heen

 

wederopstanding
weer leren leven: jij, en
de ander met jou

 

alles bestuurd, scheen
eens vol liefde en veilig.
leven bleek anders

 

zoek, schrijf, vind, beeld uit
kijk, zie, maak mij, ons mee, voel
tot beider dieptes

 

op liefde verliefd
bied, ontvang: dit samenspel
is wat ik verlang

 

er is leegte
die schrijnt, herken je dat? bederft
mijn plezier, ken je dat? vraagt
een warme invulling, ken je dat?
wil zich vervult voelen, ken je zo’n gat,
zo’n leegte, zo’n gemis, dat vraagt
bijna smeekt om liefdevolle vervulling,
ken je dat?          
weet je dat? ik weet het
want ik ken het
bij mij

en jij?

 

hij het beeld uit
steen, ik jou uit je vorm. lief
openbaar je je

 

relatie: vraagt een
brede afstemming, vriendschap
herkenningspunten

 

beleef mij devoot
voor het leven. en minnaar
van de liefde

 

behoefte, wil, wens
branding en onderstroom
hoeveel ik is mijn?

 

vriendendienst der liefde
elkaar ook achter de schijn
willen begrijpen

 

met jou voelde ik
mijzelf, anders gelijk: de
relatie tot onszelf

 

openen tot waar
ik kan. jij stelt mij geen grens
vormt wel een draagvlak

 

de ander wensen
wat ik mij toewens. ik ben
hij als zij als ik

 

jouw reactie sterk
raakt mij en weet mij krachtig
verdubbeld wezen

 

mij mijn plaats gunnen
want waardering aanvaarden
ik mijn plaats gegund

 

alles in orde
en dan nog: ik eronder
mijn on – regelmaat

 

ik creëer en zo
orden ik, schep, overzie het
bemachtig mijzelf

 

omkeren: ’jij bent
goed’. kijk in de spiegel en
zie: jij, die is, zo

 

zo, jouw woorden, mijn
gevoel, kwetsbaarheid daar, jij
pijnlijk fijn dichtbij

 

illusie van het
vinden, soms, even, bij een
ander, jou, maar in mij?

 

mij helemaal, wil
jij , maar ik, te divers. schenk
jou wat gelijk luidt

komt, wat ik mij wens
maar ontvang niet. te anders
schrik angstig terug

 

mijn teksten, mijn beeld:
woordgrepen, lettergrepen
als bij de haiku

 

behoeftig ik raakt
jouw springt verlangend open
zo elkaars antwoord

 

liefde mijn muze
jij haalt meer uit mij dan ooit
en ik druk dat uit

 

verlies jou, voel mij
verloren. eerder missen
herleeft. zelfde angst

 

voel mijn thuiskomst in
zeventien lettergrepen
taal toont toverkracht

 

huisgenoten in
ontheemd leven. soms, even,
een thuis bij elkaar

 

van jou houden schept
verbinding, opent tot met
jou samenvallen

 

gekluisterd ontheemd
het anker: de ander; stil
alles luistert, contact

 

open, eerlijk, lief
fragiel, sterk, zacht, gelukkig
blij, stevig, trots, warm

 

de wil loopt leeg. rust
daalt neer, draagt mij. daar scheidt huid
niet: voelt jou, geeft door

 

huid aan huid verbindt
herkent, ademt geheeld de
ander in. en die ook

 

gezien, met aandacht
liefde, belangstelling, en
herleeft aan zichzelf

 

jou ontvangen: thuis
muur mijn huid, haard mijn hart, de
deur is ons voelen

 

jou het leven mee
laten maken. ook mijn wens
spiegel mij in jou

 

versterkt voelen
verdiept bestaansgemis. storm
onder warme zon

 

jouw vitaliteit.
samenzijn, het paaltje wat
tot elkaar verbindt

 

verleiden verleidt
tot een warme thuiskomst. warm
en echt genietend

wij intimiteit
waard: die kracht: kijken elkaar
naar de ogen: zien

 

onze bodem leeft!
de huid trilt van herkenning
door beiden verkent

 

contact bevestigt
ons naar elkaar; waardering
spiegelt ons beiden

 

ik begrijp je zin
en jouw zinnen. zo is hier
voor jouw onderdak

 

mijn vingers op mijn
hoofd en ik voel jou: elkaars
handen herkennen

 

zie mij! ik ben jou
alleen anders. zo kom ik
met jou overeen

 

thuiskomen! bij mij
zelf. vormvrij zijn, dat mij
draagt, echt laat leven

 

ik moet mijzelf van
het hart. los op in wat is.
aanwezig ben ik

 

dit moet mij van het
hart, ik leef om aangeraakt
te worden, net als jij

 

ontstop mij tot het
leven. ruim op om ruimte
laat mijn wezen zijn

 

jij ziet en herkent
mij, ik voel mij ontroert, want
ervaar het verband

 

tastenderwijs op
avontuur gaan. verken mijzelf
in en door elkaar

vervulling is in
jou en mij. het ervaren
maakt zo de weg mee

zeg het bevestig
mij aan mijzelf zo lijkt het, want
het ik liet mij los

langzaam losgeweekt
vloeibaar wordend tot mijzelf
wederzijds contact

inhoudelijk ben je
nummer één. delend, wat ik
jij, niet raar, open

 

ik roep jouw gemis
op jouw verhaal herleeft. en
daarmee het mijne

 

het vonkje roept de
hele grootse behoefte
op. overrompelt

 

dat kleine mannetje
in mij vraagt steeds zorg, aandacht
eenzaam ziet hij zich

 

iedere dag een
avontuur. ik begin, neem waar
beleef, mis, geef, ontvang

 

geborgen zijn, geen
afscheid: het is in jou, mij,
weet, maar voel het niet

 

geladen ben ik
te onrustig voor slaap. ook
om wakker te zijn

 

gevoel verhevigt
ogen verwarmen ons hart
week sterk verlangend

 

ik herken in jou
mij, koester mij in jou, volgend
mijn diepe behoefte

 

hoe het is? gemis!
jij doet mij zo lief; al mijn
oud gemis present

 

verrassend idee
herschapen werkelijkheid
gewoon blijkt anders

 

kom niet aan me, ik
ben al zo gekwetst. en je
gaat voort, weggestopt

 

het leven uitvinden
hoe ouder, hoe meer. voortgaand
blaast wind meer blad weg

 

parels van geluk
uit zoete zilveren zee
spoelen mij naar thuis

 

steeds onvoorspelbaar
wat wel leeft tegenover
die eigenwijze wil

ingeklemd tussen
behoeftig innerlijk en
diep weten ben je

 

niet het bereiken
antwoord, maar de weg zegt wat
waar, waardevol is

 

homepage klik hier

   

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

homepage klik hier