Gedichten 10 vanaf september 2016  
   

 

het is een lange
weg naar de eenvoud van het
vanzelfsprekende

 

schaaf taal, verminder
beschouw, wil breder, tot dat
wat mij alles zegt

 

schrijven, die uiting
uitdrukking en expressie van innerlijk aangedaan
wat een weg naar buiten moet vinden
vraagt om haar vorm of
soms ook
vorm vindt in het doen

associatief hakend aan woorden, betekenis en eerder
zoals jij tegen mij zegt
wat volgens jou gezegd moet worden, of
wij praten en de betekenis voor ons gaandeweg het spreken zich ontsluit
zo is poëzie ook zo’n uiting van ons eigen verstaan
en
zo probeer ik dit te zeggen tegen jou,
als ik mijn boek even aan de kant heb gelegd, hiervoor

hier, voor mij van belang, omdat dat het voor jou en mij kan zijn en
jij voor mij belangrijk bent

ja, belangstelling, ja
uit gedrevenheid van mij
om je dit te laten weten
aan de vooravond van jouw inzending

 

bezinken is een
plaats krijgen. ik schrijf
organiseer mij

 

 

op weg naar een onbekend
voorvoeld onontdekt gebied
ongekend thuis

 

tastend, afwegend
gesprek met mij zelf
of meer dan dat

verrast soms door wat ik 
door mij
liet ontstaan

ik kan mij voorstellen dat bij u
in het klooster
het weinig anders is
alleen anders

zeker onzeker zoekend
de weg basaal vertrouwd maar o zo onbekend

 

glas krijgt haar vorm ingeblazen 
gloedvol betoog voor  het scheppen 

hol en bol gaan een relatie aan 
onpeilbaar voor het zicht
zo aanwezig 

verlicht in zichzelf

 

 

onzeker stappend tussen hoop
en  vrees
drijfzand, wisselend van
samenstelling mijn beleving, krachtig en
meegevoerd
voorzien van noodzakelijke illusies
en ook niet

de wisselwerking door de kracht van liefde
in ruimte die ik altijd weer terug moet geven
verlangend die daarna weer
te herkennen
te ontmoeten en ook een

boom en levenslang een kiemplant
wonderbaarlijk hoe die ook overtuigt en bloeit:
aanwezigheid die steeds opnieuw wil ontmoeten
zich zo in die ruimte gevoed voelt
en voedt
zo aardend sterkt

verder vertakkend in mijn grond

 

strand zee nemen ons op in ons
mee- maken en ontmoeten van elkaars
aanwezigheid

lopen liggen en praten
ontvangend onszelf

bij helder glas
met transparante wijn
beeld van ontvangen licht
en warmte

en geluid van branding
verbaal contrasterend door dat woord
vuur met water

verwikkelde tegenstellingen
hoopvol angstig naast verlangend
vermeerderend samen naast alleen op onszelf, wij
als die branding, wij vol contrasten

onder die ene
ons verwarmende zon
vanmiddag

 

 

 

in ieder mens een diep zwart gat
het zuigt, ontkent,  maar
soms
inhoud die verlicht

een toevallige ontmoeting vandaag
een onverwacht bijzonder gesprek
de warme zon en
morgen zien wij elkaar weer

dat verrijkt,  inspireert, bevestigt
geeft mijn bestaan een bijzondere kleur

goede reis deze kant op!

 

 

kunst is topsport, tot het
uiterste gaan, wat weer niet genoeg blijkt en
soms
opeens
gebeurt er iets

even raken aan wat mij raakt

de onmogelijkheid van het mogelijke treffen

 

 

ongevormd is het niets
slechts materiaal, wat is afgeleid van mater
een hand en inblazing geeft vorm,
gaat een relatie aan, het is
scheppen
het is meemaken
het karakter van het ene bepaalt en
erkent zich in de hand,
die vormt, voelt, ervaart
wij zijn het ene en het andere

respecterend elkaar
wat wij voor elkaar zijn
scheppend
en herscheppend

 

mijn weg gaand
lussen en lustig bochtig, hortend en stotend
herfst, lijkt het nu zomer, de
lente net begonnen.

jaren ervaring
mee – makend mijzelf, hem vindend, steeds meer die
bestemming die ik was. mijzelf
meer herkennend
erkennend. hechtingsproblematiek naar mijzelf

minder nemend krijg ik meer. van wie ik ben
van de ander, die ik in mij herken
de camouflage afgeworpen. stukjesgewijs
steeds meer verrast door mijn bestaan

ouder wordend verjong ik

 

 

 

ik zoek de inspiratie, die mij van mijzelf verlost

ik wil jouw vonk aansteken
omdat ik die in jou herken en jij
de mijne aanwakkerde

gevoel
dat alle weten in een
besef op doet lossen

ik ervaar een rust in wat is en
een onrust door mijn wil

 

ik ervaar een rust in wat is
en een onrust door mijn wil

 

soms blijkt er een kracht in me, waar ik
even tegenaan kan leunen

 

gevoel verontrust
stuit op de wereld
op mij
vindt geen weg
brandt zich een weg door
mijn innerlijk

 

kwetsbaarheid
de een duwt weg, de ander
andersom
intimiteit is eng

 

de verlangende wil dompelt het bestaan in
pijnlijk onbehagen

 

ik wil raken en geraakt worden
dus leven

 

rationaliteit onttrekt mij aan de wereld
dat is mijn analyse

 

 

mijn onvrede is jouw schuld
omdat ik mijn verhaal zo schep.
dus
jij achter tralies
want ik voel mij daar al

 

 

 

jouw deur klappert voor
een donker gat
alleen mijn licht en lege volle handen

 

 

hoe een neergeslagen bloem tot leven wekken?
de liefde voor haar schrijnt

 

 

ik zie en kan niet doorzien, het raadsel blijft

 

 

jij schenkt mij vriendschap en liefde
ik voel mij opgenomen en gesterkt

 

strevend naar het beeld
vervliegt de inhoud 

 

het weten is een dwaallicht
slechts de ervaring doet beseffen

 

hol en bol gaan een relatie aan
staan in vuur en vlam, hij
blaast er vorm in

 

in vuur en vlam staand gaat
de hitte te keer en vormt
vloeibaar wat in afkoeling
stolt

 

doorschijnend ondoordringbaar zwaar en licht
doorlatend, aan – en afwezig zichzelf ontziend

 

onvatbaar transparant is het
en ook niet is een grens
en niet
kan inhoud in zich opnemen

 

verwarming doet smelten
fluïde onderhevig aan natuurwetten, krachten, zo
zoekt materie haar weg, moeder van de vorm. de sturende vormgever bepaald
de materie laat toe
of niet. vloeien gaat over in stollen
de vorm vast gelegd

 

in vuur en vlam staand gaat
de hitte te keer en vormt vloeibaar
wat in afkoeling stolt

in vuur en vlam voor zichzelf trekt het zich beschermend om een leegte
hol in bol en laat in zich kijken

holte
beschermd en kwetsbaar. weerslag van het proces waarbij
moeder materie de vorm
ingeblazen krijgt

 

transparant beklede leegte
ruimte als omsloten doorzicht
inzien hoe niets
iets wordt
door ingeblazen lucht

 

ik ben niet
die ik ben
wat wil zeggen
denk te zijn

 

 

hebben is iets wat je
moet doen, anders
ervaar je niets
hebben is mee - maken

 

 

het idee vormt, het beeld
laadt op, het huis opent of
sluit haar luiken

 

 

genieten is de
juiste weg weten. voelen
wat er in je vaart

 

 

losgeslagen in
beschouwen en beelding zoek
ik bevestiging

 

een afvallige en intredende komen
elkaar tegen op de weg van hun tijd op  weg
naar het moment dat
weet geeft van hun bestaan

 

 

hoe kan ik mij herkennen, daar
waar ik niet ervaren heb.
ik ben wat ik meemaak. zo
daarin
ben ik ervaren

 

 

binnen lijk ik zo
anders dan van buiten.  zelf
bewust zijn als handicap

 

 

wil ik verandering
of het blijvende zien. de
wereld verandert

 

 

mijn perfectionisme
alsof ik alle onzuiverheid op wil lossen
mijzelf opklaren

 

 

werkelijk waar, maar
hoe verhoud ik mij daartoe
gevoelssplinters

 

 

een ieder handelt naar
eigen onvermogen reikend
tot aan de grens

 

 

de werkelijkheid
een invuloefening
het geheugen heerst

 

 

rolverwisseling
ja, persona is masker
allen identiek

 

heerlijk, dat gevoel
die godsdienst. hoef ik niet meer
na te denken. mijn waarheid is

 

 

wat zegt mij schuld
speculatie, die verhult
beantwoord het nu

 

 

weer bericht: leven
opnieuw uit moeten vinden
vanwege neerslag

 

 

Vertrouwen

ik ben zoveel meer
dan ik mij voel, jij ook. elk
sterken tot onszelf

 

 

natuurlijk ben ik
een symbolist. hoe anders
het uit te drukken

 

 

gelijkenis van
het wezen, dat is taal. slechts
als beeld letterlijk

 

 

geduld als de poort
voor de ruimte om binnen
te laten stromen

 

 

kracht: ik presenteer
mijn zwakte aan de muur: ik
sta mijzelf te woord

 

 

wereldleed en ik
mijn buurman sprak ik laatst. was
daarvoor ook ver weg

 

 

voortgedreven door
wat geruststelt. overleven
en over leven

 

confrontatie met
mijn kleine ik. armzalig
klapt het mij vast

 

jezelf ontdekken?
ongevormde kracht, die vormt
ondersteunt jou, mij

 

aanwezigheid brandt
want ik wordt zijn. explosief
eens. en nu vandaag

 

godsdienst: een weg tot
herverbinden: re-ligie
helend tot onszelf

 

 

verlies mijn eenzaam
ik. opgaand gaat ik over
heilzaam verloren

 

god, jezus, anders
dan ik wil geloven. tot
ik aandacht herken

 

 

intens alom eens
waarna heimwee, zelfs angst en
onveilig begrensd

 

behoefte en grens,
beide wij beiden. besef
en uiting van ons

 

god, schaf de godsdienst
af als dodend waar. maar verbind
voor draagvlak, ruimte

 

verdedigingsmechanismes
het is als stoppen met roken. dan
zoveel meer ruiken

zintuigen geopend

 

eens geen ik: alles
één, tot ik het zag alles
anders, zo zonde!

 

mild tegen jezelf
daadkrachtig naar jezelf. wat
zou jij mij anders aanraden?

 

de vorm geopend
om het draagvlak van contact
elkaar (ont)ziend

 

zit en zie mijzelf
ervaar mijn bewogen ik
op de vloer van zijn

 

warme cocon? soms
verlicht mijn kamer. sta naakt
voor mijzelf. het is

 

dit nu alles? ook
ik kan niet buiten verlangens
hoop. ik herken je (,) schat

 

 

zonder licht geen zicht
opgesloten in onszelf
symbiotisch eenzaam

 

basis slechts ik. voel
mij apart naast verbonden
het hiaat houdt stand

 

gedragen worden
en dragen, de genade
van het mee-leven

 

gemis. verleden
tekent. onbevestigd drijf
ik los van mijzelf

 

wat is raakt open
want elk nieuw ontmoeten vormt
zich aan jou en mij

 

vrijheid weigeren
op te geven? onvrijheid
zul je bedoelen

 

gedragen worden
en dragen, zo elkaar. de
kracht van het leven

 

vasthouden is af
keer van het leven, zo stokt
de beweging. sterft
William James: wij leven steeds in overgangen

 

ik ben de woorden
die ik mij denk. maak mee en
maak mij mee. schrijf ik

 

de verhouding die
ontstaat in het geloof om
ons mee te maken

 

enkel woorden, toch
ongekend dichtbij, bezield
het hart van die taal

 

voel mijzelf mijzelf
zijn, zie mij en ervaar zo
mijn zelf, die mij ziet

 

dat een ander zich
veilig en geborgen bij
mij voelt, want ik ook

 

een groter orde
ontvangt, omringt mij, geeft zin
inhoud en waarde

 

zorgvuldig werd de
ruimte door onze woorden
mooi gemeubileerd

 

tevreden en een
gemis; kijk ik naar mij zelf
tevreden, gemis

 

nee, vrijheid geeft de
gebondenheid van moeten
hier nog een regel

 

ja, vrijheid gaat van
gebonden naar verbonden
ruimte die bijdraagt

 

ik beleef leven
aan jou, jij niet. samenhang
pijnlijk doorsneden

 

grens: gevoel stagneert
bescherming werd afscherming
leven onbeleefd

 

nu afrekenen
met wat was. rollenspel naar
mijn geschiedenis

 

vlucht van mijzelf weg
voerende verhalen van
als. ontkracht mij(n)zelf

 

nu nog bewijzen
wat eens, toen, nu nu. gevoel
hard in mij geënt

wens thuis te komen
bij mijzelf, de ander,bij
liefdevol leven

 

het belang? intens
doordringend mijn ik geraakt
vol en ledig zijn

 

jij erachter, ik
open ze: zucht tot buiten
jouw grot beveiligt

 

leer mij dat ik je
ken, ontmoetend in eigen
bestaan en verstaan

 

 

elk mens vaag. kennen
is een abstractie. toch heb
ik kennis aan jou

 

in jou voel ik mij
aanwezig. jij spreekt mij aan
als ik mijzelf
krachtig en onbeholpen

 

lichtgeraakt, want je
treft mij in oude pijn. ben
jij niet, maar ik, eens

 

aanraking, raking
warmte wederzijds doordingend
onszelf in elkaar

 

behoeftig aan de
troost van blijvend omarmd… los
gelaten mijzelf

 

de ergernis ben
ik; heb verergerd slechts mij. ik
beken geërgerd

 

vasthoudend, wil het
blijvend. maar alles is gaand
dat blijft, bevrijdend

 

verwachtingsvolle
spanning is de drijfveer, ik
en jij ontmoetend

 

fysiek dichten, taal
van wat jou raakt, jou treft
samenvallend zijn

 

eenheid: de tegen
stelling als aanvullend: zo
vormt zich het geheel

 

als een verbale
omarming: groot gemis. hoe
graag voort te zetten

 

 

buiten wel, binnen
juist niet overeenkomend
zo anders gelijk

buiten niet, binnen
juist wel overeenkomend
anders gelijk

 

bezinken is een
plaats krijgen. ik schrijf
organiseer mij

 

littekens laten
nieuwe kwetsuren niet toe
ontkennend verweer

 

jij liep met mij mee
verbond in ervaren taal
als aanvullend zijn

 

leven tot zichzelf
gekeerd. ervaar het meer en
meer; mijn en jouw mijn

 

woord en weerwoord
trekkingskracht van taal. leidraad
naar onvoorspelbaar

 

straks later naast een
verarmd nu. zonder een
perspectief leeft niets

 

niet die ander maar
ik die mij aanvaard: ervaar
zo eenheid die beiden verrijkt

 

veel blijkt anders, als
bij die ander anders, zo
anders weer gelijk

 

ik bevestig jou,
jij mij, zo
vestigt zich de
relatie, want
door beiden bevestigd

krachtig, waarin eens
verzwakt. denkend worstelt
mij tot neerslachtig

straks later en een
verarmd nu. zonder
perspectief leeft niets

 

verlangens uitzien
het volgende brengt mij, is
als de horizon

 

terugkeer naar wat was
blijkt anders intens, verhevigt
ver staan tot verstaan

 

sterk als ik ben, wil
ik toch opgenomen worden
gekoesterd, vertrouwd

 

maak de ander in
hoe ik haar zie. maak hem mee
de mens is schepper

 

ervaar gedachtes
maar voel, hier, nu pen papier
het schrijven, de stoel

 

er zit een holte
in mij, ruimte, oningevuld
mijn leven de schil

 

geven, omdat ik
het jou gun en mijzelf
relatie biedt terug

 

zie een vrouw, ben man
anders vol gelijkenis
voel mij mens daarin

 

het gevoel barst mij
uit mijn voegen. laat mij daar
na ontheemd achter

 

intimiteit, in
welke vorm ook: ik toon mij
aan jou, verbind mij

 

terug naar waar ik
eens was, hervinden van ooit
mijn gelijkenis

 

anders en over
eenkomend, zie vrouw, ben man
voel mens daarbinnen

 

wens wil hoop, strijd om
anders, dan te zijn, waar ik
ben, zoals het is

 

de vervreemdeling
keert terug en herkent zijn
hartzeer en warmte

 

mijn antwoord zoals
ik beantwoord. stappen op
mijn onderweg zijn

 

ik werk, als ik de
krant lees, met jou praat, schrijf
of vormgeef. leef! mijn vrije tijd is
werk, werk
mijn vrije tijd, want
ik vorm

(vroeger wilde ik oa journalist worden. zie mij nu,
mij en mijn wereld zo uitdrukkend)

 

ja! religieus
wat wezenlijk is overstijgt
maar projecteer niet

 

vind iets van, voel iets
over, ik maak met mij mijn
eigen kleurplaat mee

 

neem tijd, ruimte die
nodig is, voor jou, mij, om
ons mee te maken

 

erken ‘en daarnaast’
niet ‘of of’. veelvormig is
alles steeds opnieuw

 

mijn ervaren, jouw
woorden, anders en rakend
aan elkaars beiden

 

huis is intiem als
thuis: woonplaats: uitdrukking van
verblijf bij onszelf

 

één been naar de geest
en één voet op de aarde
onontkoombaar mens

 

zie twee karakters
anders gelijk. tastend deel
genoot van beiden

 

naar de geest veel vrouw
tevens mijn liefde. ik, toch
man als man. zo mens

 

wensen wil anders.
echt is echt anders dan dat.
onvergelijkbaar

 

menswaardig elkaar
verrijkend tot samenhang
beleefd meemaken

 

kordaat en kwetsbaar
verbinding, contact zoek je
bodem van bestaan

 

ruimte, alleen door
ontvankelijkheid te
openen. daar is Het

 

afwerend kwetsbaar
de intimiteit. zachte
kracht, die opent licht

 

kruipend om te zien
ogen, die tonen. in je
wezen ontroeren

 

stappen en woorden
in ons verstaan. bomen, bos
rijke ondergroei

 

een plan is buiten
de orde, orde buiten
elk plan.
wees samen
en beantwoord

 

 

als alleen bij ons
ondernemend, meemakend
als alleen van ons

een man, maar herken
jou ook in mij. voel beiden, dus
uit mij en uit mij

 

contact: viervoudig
jij, ik, onze inhoud
groeiend aan elkaar

 

aanvaard door haar is
afhankelijk van, tenzij
ik, eens, mijzelf, dan

 

 

vriend, wens behoefte
wil noodzaak, angst, opening
gordijn gang, vriendin

 

bad van vloeiende
warmte, dat mij omhult, waar
in ik jou wil baden

 

mijn en jouw hand op
jouw en mijn hart: samen klopt
het om openheid

 

religie is zorg
aandacht voor jou, mij, elk ander
herverbinding tot leven

 

troostwoord voor mijzelf
een taboe getart. zo
eens gerechtigheid

 

onontkoombaar, nu
bewust, totaal gegrepen
bewust ik

 

dat wij elkaar deel
maken van elkaars proces
liefde openbaart

 

gewaardeerd, beiden
kwetsbaar. energie, die stroomt
elkaar herkenbaar

 

hebt vertrouwen is
geloof: weten: het is goed
mijn daad en laten

 

spreek, zie, voel, beiden
kwetsbaar. zo sterk voor elkaar
maar naar onszelf? dan?

 

alles overprikkelt
vertrouwde door rust. ik graaf
op en ik stijg neer

 

ik zoek de kracht van
het doorleefde. jouw antwoord
wil dat ontmoeten

 

zwaartekracht van mijn
gevoel. overgewicht in
broze bestaansschaal

 

bindingsangst? nee, juist
behoefte, dus vrees. verlies
maakt mij verloren

 

woorden geven rust
bieden mijzelf een plaats stil
eigen en vertrouwd

 

raakvlakken, aaiend
schurend: het kind in ons zo
opgewekt getroost

 

mooie droom geeft groot
gemis. inspiratie houdt
zijn warmende kracht

 

nooit iets anders zijn
geworden dan mens: ik ben.
alleen dat nodig

 

ons hart volgen: bloei
met geluk als maat en mee
maken schept de kans

 

herinnering, die
vormt; ervaar intens heimwee
zijn elkaar open

 

wonderbaarlijk zacht
aftastend ontdekken, reis
hij heelt schrijnend

 

alles een schijnbaar
tast zacht de mond naar de zoen
die doet herleven

 

koester gekoesterd
deelt mede wat hem mede
gedeeld wordt door jou

 

een beeld toont, daarin
een inhoud aanwezig zo
als in dit woordbeeld

 

gevoel vertaalt zich in
begrijpen van de ander
hoe intens vertrouwd

 

reisgenoot, zacht kus
ik je en ga door, iets meer
verzoent met mijn leven

reisgenoot, zacht kus
ik je, gaan we door, iets meer
verzoent met ons leven

 

vaste aarde draagt,
ego drijft ons voort. zonder
bodem staat geen trap

 

en steeds zie ik dat
mooie landschap uit je raam
en van jouw onder mijn handen

 

als reizigers
los van verwachtingen, als bij
partners, zijn wij vrij

 

gelukzaligheid
past bij reisgenoot, soms een
moment van geluk
(maar dat ligt meer op de weg van een partner)

 

al het aardse, de
kus, is ook aan de liefde
gericht, dus voor jou

 

alles organisch
verbonden. zo (be)leef ik
en ben dat alles

 

geborgenheid, dat
is wat zo nodig. sta open
voor jou en mijn wens

 

vriendschap is geliefd
zijn, is open, aftastend
ontdekkend hoever

 

oproep tot één zijn
diep heimwee ontroert mij. naar
jou, ‘Het’, of beiden?

 

jaren moest ik mijn
leven uitvinden. en nu
of het mij uitvindt

 

tegenhanger of mede
deler, wat is je wens?
voor welke vorm?

 

praten, schrijven, de
ontvang(st)er roept op. de
beweging denkt zich in

 

liefde bedrijven
ja! Liefde! emotioneel
aangedaan fysiek schoon

 

inhaalslag van mij
leven, mijn schaamte voorbij
herken mijzelf zelf

 

nooit eerder zo en
nieuw dit en ontroerend jij
en niet wetend wat

 

diepte is de bron
water als tranen loutert
geluk spiegelt pijn

 

geeft! wat je hebben
wilt en… wie weet, wat je dan
kan, mag ontvangen

 

zit in mijn tuin, lijkt
vakantie, hoor een trein: klinkt
als op reis. en ik ben

 

het willen wil, grijpt
slaagvraag maakt kwetsbaar. zittend
zit ik. dus zit. zit

 

ontsnappen aan de
verdoving. geprikkeld barst
ik open en uit

 

hebt een plekje in
jezelf, die fijn is. zuiver
intens stil, kwetsbaar

 

loslaten, niet meer
dat ik, maar zijn ontmoeten
mij herverbinden

 

de kracht om zwak te
zijn. de paradox is het
weer, die doet leven

 

leven is door de
paradox gaan, onderscheid
te boven komen

 

het heilige in
je hart, stil, kalm, vertrouwd, zacht
basis, onze bron

 

geloof gaat zich te
buiten, vertrouwen vanuit
binnen, verbindend

 

symbolisch omgaan
met het raadsel, slechts zo heeft
het zin, geloof ik

 

gemis aanvaarden
vraagt moed. niet alles is te
regelen. dat besef.  

 

schrijnend gemis
jou, mij, laten wij elkaar
koesteren; wij wel (en vooral warm)

 

meeleven opent
jou, maar mij? geschiedenis
die blijft. vervloekt. (mij….)

 

schrijvend schets ik mij
ontsluier diep, als ik kan
daal af in duister

 

nestel mij in mijn
tuinhuis. besef: goed is als
alles op z’n plaats (en anders zonde)

 

want anders dan een
goede plaats naast: afhankelijk
dan van. zo zonde

 

liefde is eren
overstijgt mijn ik. neemt mijzelf
in haar groots wezen

 

niet meer bij mijzelf
op mijn gemak, zoek mijn heil
elders, verlangend

 

grootse eenheid, dat
ontroert mij, maar god voorbij
verlangen dat blijft

 

ik licht jou op
en jij schijnt terug, verrijkt
ik voel mij samen

 

durven aanvaarden
die kracht tot mijn kracht, naar mijn
eigen vreugdevuur

 

geen extase, maar
gelukzalig de rust in
wat ons in zich draagt

 

vriendschap geeft ruimte
maakt onbevangen, afstand
maakt plaats voor heel dichtbij

 

herkennen van die
doorstralende warmte: ik
voel jouw, mij, aangeraakt

 

vriendschap schept geen voor
waarde, maar herkent zich in
overeenkomen

 

ieder ervaren is
zelf – meemakend, geplooid
naar wat mij omgeeft

 

verslavend gemis
een arm troost, de kus verzoent
voel mij vrij in mij

 

bodemloos terrein
veiligheid van het jou toe
vertrouwen. vloerstof

 

tot tranen geraakt
gemis: muziek raakt ver, diep
weerklinkt mij in mij

 

de aanraking raakt
mij, huid als interface
medium tot mij

 

afkeer van heerlijk
gewicht op jouw schaal. warme
huid mijn graadmeter

 

ik schrijf mijzelf voor
jou, open voor wat ik in
breng. taal streelt beiden

 

belevenderwijs
beider tastzin herkent een
mij met de ander

 

openbaren van mijn
zelf, intiemer kan niet. zo
kwetsbaar en krachtig

 

schrijven is woorden
is taalhuid masseren, zacht
fluisterend luisteren

 

rust: alles op z’n
plek, geboeid, gedreven
even bevredigd

homepage klik hier

   

 

 

 
 

 

 

 

 

 

 

homepage klik hier