Gedichten gedachtes          
   

 

Gedichten – gedachten vanaf 3 2019

wie (of wat) heelt? wat
(of wie) raakt. is ergens iets
(iemand?) losgeraakt?

verbinding als in
muziek: voelbaar maar zonder
vaste vorm: het vloeit

zijn, zoals ze zijn
omdat het is, zoals het
is, dat is het dus

het eigen voelen
ik, uit- en ingangspunt naar
tot herverbinding

weet, want ik ken die
muur. peuter steentjes taal daar
uit; spreek tot jou mij

wonderbaarlijk
en verklaarbaar, maar daarbij
onbevattelijk

woorden vertalen
zij herkennen, verkennen
doen mij mij inzien

hulpconstructie tot
gemeenschap met het leven
ik besef mij

´ik moet u storen´
´ware rust laat zich niet storen´
spontaan sprak het door mij

als alles niets wordt
en niets alles, ik oplos
en samenval, dan

kwaad, of anders dan
aanvaardbaar? weten is ook
anders dan voelen

zijn of niet zijn, zijn
en niet zijn? of is alles
zijn? taal schikt zich

vrijheid beperkt: gij
zult kiezen. wat is brengt rust
beweeg mee, maak mee

kijk, ondoordringbaar
omarmt het duister, kijken
maar niet kunnen zien

de vragen vragen
niet meer om een antwoord: dat
was de ervaring

tot het verhaal in
gaan, wat meer is dan wat was
inhoud, uitzicht geeft

het denken leidt naar
werkelijkheid nooit bedenkt
ingebeeld misverstaan

denken beheerst
het denkt zijn eigen wereld
denkbeelden zijn als god

taal, metafoor
voor wat is, beeldsprakig schept zij
een werkelijkheid

alles zoekt zich een
evenwicht, streeft, weegt af en
sublimeert leegte

ik wil het in mijn
vingers: verkrampt mislukt. niet
vrij volg ik vloeiend

doel, verlangen, vol
tooiing: in anders dan mij
zelf vol van alles

het goede geeft nog geen
rust. blijkbaar ontbreekt er iets;
verstopt, vergeten

leeftijd, leef tijd
geleefde, te leven tijd
elke dag leeftijd

verlies het ego
win mijn schaduw: slechts samen
ben ik wie ik ben

eigenlijk ben ik
een grote chaoot, dus moet
alles opgeruimd

voorstellingszintuig
tot bovenwerelds: volmaakt
bestaat: zie de mens

projecteert zich een
god en duivel. wordt zichzelf
een buitenstaander

alles ons eigen
wat bepaald, wie kiest hier? daar?
want alles in ons

innerlijk geleid
of geboeid door, dat is de
vraag. ben ik en hoe?

woord vol belofte
allesomvattend kader
heimwee drijft mij voort

muur van ruimte
niet te overbruggen leegte
smeed woorden tot vorm

schepping is mythe
bestaan is waar: ik besta
verhalend verklaard

waarin ik geloof?
wat? in verbinding, verband
dat is wat mij draagt

alomvattend één
alles daarin aanwezig
dat begrip omvat

van niet weten naar
het weten dat je niet weet.
dank aan de appel

voel wat ik niet wil
voelen. in mij blijkt alles
wie, wat ben ik dan?

ratio, die enkel
feiten ziet, efficiëntie
die weet, maar niet kent

ik weet niet, maar wil
niet niet weten. god lost op
hem vragend stuur ik weer

‘zo koffie drinken?
even dit opvouwen’. zo
gekend ongekend huiselijk

stap na stap doorziend
context verandert inhoud
ik realiseer mij

leegte vraagt inhoud
verslaafd aan bezield zijn; zo
lees ik mij een weg

eind, begin van mijn
kracht, ‘god?’: taal, woord dat zich schept
indrukwekkend sterk

ik stel meer voor, dan
ik mij voorstel. en wil niet
door mijn mand vallen

alles is als god
elk beeld onjuist. het is wat
het is, als god dus

taal is als muziek
het stelt voor, maar is dat niet
map van dat landschap

een therapeutisch
rijpingsproces, lijkt mij de
enige waarde

heilig: vervulling
van het gemis: maar de leegte
vervuld of gedempt

niets kan ons redden, dan
het (her)vinden van de
innerlijke balans

inspiratie, het
openbaart inhoud. en ik
spreek meer dan mij uit

taal is leeg, de daad
verwezenlijkt; taal schept de daad
daden scheppen taal

worden door het kruis
opnieuw. terug naar hoe het
begon. maar anders

hoe ben ik mijzelf
niet tot last, hoe bevrijd ik
mij van mijzelf

ergens even bij
stilstaan beantwoord: zie jou
zie mij, val stil, weet

niet ‘ik wil’, maar ‘het’
wil, niet mijn, maar ‘het leven’
spreekt haar wil in mij uit

net Plato, heb een
idee van wat ik wil maar
de vorm… onbekend

grenzen roepen mij
op, vastgehouden, sla mij
los, opnieuw, opnieuw

engtevrees als grond
gevoel, ruimte opeisend:
waar meer mogelijk?

het mysterie lokt
vraagt, geeft, leeft, is, dus kent geen
antwoord, want dat doodt

geloven?, allang
niet meer, maar zulke aandacht
ontroert mij blijvend

verlies geeft ruimte
om te winnen. ik probeer
steeds weer. als nu, hier

tegengesteld, dat
is mij eigen. en ook niet
ik, alles in één

helder, open huis
maar organisch dicht mijn tuin
zo herken ik mij

voel me aanwezig
zijnde hier zijnd. wat in mijn
hoofd spookt, doet lijden

overzie, herneem
wat was en dit nu werd. lus
van levende lust

ik besef, benoem
schep zo ook wat completeert
´tijd´schept zo ´tijdloos´

geworden tot hoe
ik besta. vorm verkregen
en voorts voort bestaand

het gevoel hield stand
de vorm niet: verbonden wil
ik blijvend voelen

hoe maak ik mij mee
gewoon, als kind, vakantie
schep mij realiteit

welke (drog)reden
vormt, stuurt mij. hoe vrij zie ik
mijn gevangen zijn

fascinaties zijn
het, die ik op wil halen
roots als bron van zijn

fascinaties is
gewoon vreemd vinden. maar hoe
dan, waarom waardoor?

intensiteit ben
jij. ik voel aandacht, beleef
jouw aanwezenheid

het heil uitbesteed
in een gebed. of mijzelf
inbedden tot het heil

onogelijk iets
en alles is er in. zie
van woord naar wezen

onderscheiden of
overschrijden. mijn weg zoekt
verbinding, verband

een collage van
eigenschappen: niet meer eigen
maar van een samen

geworpen in de
wereld. een andere weg
tot hereniging

ik ben mijn eigen
project, zie mij – zelf. ervaar
het vormende zijn

aanwezigheid is
omarmd worden, doet er zijn
voelt als opgenomen

geloof stelt zich als
waar voor. betekenis vraagt
om openend zien

alles blijkt steeds niet
alles: blijvend gemis. en
verlangen. naar wat

mijn geraaktheid schrijf
ik op. als de r in die
woorden trilt het mij

niet het vele lost
op. maar de eenheid verlost
het besef draagt op

geloofsconstructies…
alleen een helende mens
bepaald de waarde

God als bevrijd Zijn
is dat een optie? de vrije
mens als God: ik Ben

niet wat, maar hoe, niet
wat ik zie, maar hoe ik kijk
meer zien(d) dan jezelf

wij richten onszelf
en eigen huis in. ‘meubels’
betekent verplaatsbaar

het is geworden
wordt nog steeds. dagelijks wordt
de dag mij eigen

heilzaam uitwerkend,
heilig is heel, helend dus.
zijnd blijkt wat (het?) is

de traditie, een
bron of dogma. ik ent en
groei mij mijn leven

dagelijks even
ontstoffen. woorden spreken
mij aan in hun taal

verlichting voorbij
de Verlichting: kennis brengt
niet overal licht

rust van ordenend
verhalen, een zinsverband
ik verwoord mijzelf

geloof makt waar
wat geen duiding verdraagt: gevoel
van alles ineen

eer het onweten
eer wat ongeweten blijft
ik weet, want ik wist

keus: mens of dogma
alleen menselijk is
menswaardig, dus wijs

ik beheers mij niet
maar jou wel. in jou zie ik
mij, wat mij beheerst

realiseer en
ontdek dieper door stilte
laat mij toe, noteer

woorden kaderen
biedt (Andre) perspectief. het
(bege)leidt mij

nieuwe woorden, als
verschoven meubels, nieuw zicht
geboeid door anders

individu is
ondeelbaar, alles (in)één
alles insluitend

ik denk: psychisch. zo
stel ik vragen. de vraag geeft
zijn antwoord: de geest

verloor wat ik won
als wat was. herinnering
drijfveer tot voortgang

eenheid is. bewust
zijn scheidt, benoemt: het woord schept:
Hij ziet, het is goed

steeds is hij er, met
mij, kan mij niet verlaten
mij confronteert ik

geloven wil echt
zuiver, rein. hoe steriel dat
idee. geest dodend

geluk krijgen is
genade. dat heb je, mag
je even lenen

dus de vraag geeft zijn
eigen antwoord, de weg reeds
voorbedacht verhard

parallel verstaan
gefascineerd door wat
is en dan waarom zo?

hij voelt onrecht om
hem, ik door hem. hoe treft de
wereld zich in ons

weet, wat ik voel, zo
anders dan: ik voel. zo weet
ik mij dus voelend

voelen was zo zwaar
ontilbaar beladen. dus
laat liggen, blijf af!

dat vaste besluit
maakte mij onkwetsbaar
maar verloor mijzelf

kwetsbaar ego en
dat als wereldbeeld. zo kort
hier. strek is het zijn

(on)macht maakt kwetsbaar
alleen overgave blijkt
dan nog begaanbaar

de mens, thuisloos zich
zelf kwijt, herkenning zoekend
naar wat was en is

woorden kennen slechts
wat voor hen waar is. maar waar
is, wat niet daar is.

liefde, leeg woord, maar
draagt, koestert, geeft en ontvangt
is verbonden zijn

beeld een ervaren
gedachte uit, emotie
die mij mij doet zijn

oriëntatie
eens gevormd. lees en herken
mijn wezenlijkheid